Relatief gezien wonen de meeste Amsterdamse slachtoffers van de toeslagenaffaire in Zuidoost
Relatief gezien wonen de meeste Amsterdamse slachtoffers van de toeslagenaffaire in Zuidoost Foto: Yousif Salihou Abdoul

Roos Dors heeft volop praktijkervaring in te zetten als bestuurder

Algemeen

Wellicht een minder bekende voor het publiek is nieuw Dagelijks Bestuur-lid Roos Dors (PRO). Zij is sinds een aantal maanden in functie met een zeer sociale portefeuille onder haar hoede. Ze vertelt bevlogen over haar visies en ambities voor het stadsdeel, waarbij ze een focus heeft op kansengelijkheid en het tegengaan van kwetsbaarheid. ‘Ik heb zelf gevraagd om de portefeuille sociaal domein. Daar voel ik me thuis,’ vertelt Dors. En dat is al van jongs af aan. 

Dors, wonend in Amsterdam West, is deels in Suriname opgegroeid. Zowel in haar tiener- als in haar studententijd woonde ze in Hoogoord in Amsterdam Zuidoost. Maar: ‘Ik vind Amsterdam eigenlijk een kleine stad vergeleken met Londen. Ik ben in een half uur tot drie kwartier thuis met de metro. Je kunt je ook goed verplaatsen binnen het stadsdeel met de fiets. Ik vind het niet ver. Zuidoost is een onderdeel van Amsterdam. De mensen, zeg maar de diaspora die hier woont, die loopt ook door andere delen Amsterdam. Zeker ook wat de culturele sector betreft, die levendig is hier in Zuidoost. Dit is echt een bakermat van veel cultuurmakers. Die mensen opereren ook landelijk zelfs. Ik ben daar zo trots op’, aldus Dors. 

Sociaal raadsvrouw

Op 2 juli jongstleden werd Dors geïnstalleerd als lid van het Dagelijks Bestuur. ‘Dat is een hele uitdaging en ook een hele eer, in het stadsdeel waar ik veel heb meegemaakt’ vertelt Dors. Toen ze 27 was, werd ze hier na het zien van een advertentie sociaal raadsvrouw. Daarvoor liet ze haar commerciële, juridische werk in het Zandkasteel achter zich. Ze deed een opleiding van een jaar om zich te verdiepen in het sociaaljuridisch recht en ging aan de slag. Ze gaf advies aan mensen met een minimum inkomen, behandelde beroep- en bezwaarschriften richting bijvoorbeeld de Belastingdienst en de Sociale Dienst. In het sociale voelde ze zich nodig.

Sociaal domein

Dors is al lang lid van de partij die nu PRO heet. ‘Ik ging naar vergaderingen en meetings en werkte voor het openbaar bestuur op het stadhuis aan onderwerpen op het sociaal domein, waar mijn hart ligt. Dus dak- en thuislozen, prostitutiebeleid en armoedebeleid onder jongeren en kinderen. Uiteindelijk hield ik me ook bezig met een onderzoek naar de rol van de stad Amsterdam ten aanzien van het slavernijverleden in de Oost en de West. Hier kwam een wetenschappelijke publicatie uit, waar weer een publieksuitgave van kwam. We wilden graag dat iedereen het zou kunnen lezen. Mensen leren steeds meer over nieuwe dingen, nieuwe verhalen. Dit onderzoek werd goed ontvangen. En het was de opmaat voor de excuses die onze burgermeester (Femke Halsema, red.) heeft aangeboden namens de gemeente Amsterdam. Wat ze heel mooi heeft verwoord, vind ik. Dat was een heel emotionele dag, voor mij ook. Dan ben je echt trots dat je burgermeester dit doet.’


Als nieuw DB lid, zit Dors nog in wat ze zelf de verbaasfase noemt. Soms is het prettig wat ze ziet, en sommige dingen zijn minder prettig. - Yousif Salihou Abdoul

Verbaasfase

Als nieuw DB lid, zit Dors nog in wat ze zelf de verbaasfase noemt. Soms is het prettig wat ze ziet, en sommige dingen zijn minder prettig. ‘Prettig is als mensen het goed hebben, ook ondanks dat ze het misschien wat minder hebben. Minder prettig kan je je van alles bij voorstellen. Het meest aangrijpende wat ik heb gezien, zijn met name eenoudergezinnen die niet goed voor hun kinderen kunnen zorgen door armoede. Mensen die leven van maand naar maand. Die niet genoeg geld hebben, permanent. Dat geeft mensen heel veel stress. Ik vind het zorgwekkend dat mensen werken en ook onder het minimum zakken en nog niet (genoeg) gebruik maken van de middelen in het stadsdeel die er zijn om hen te helpen om rechtop te blijven staan.’

Prioriteiten

Op de vraag waar Dors’ prioriteiten liggen, zegt ze: ‘Je zou alles bijna willen prioriteren, maar dat kan natuurlijk niet. Mijn hart gaat gewoon sneller kloppen van (dossiers rondom) jeugd en dan vooral van jongeren die het niet al te best hebben’. Het gaat haar dan om onderwijs, kansengelijkheid en hoe de kinderen in Zuidoost goed hun kansen kunnen pakken. Ze is daarom ook blij met het Masterplan: ‘Daar wordt echt geïnvesteerd, het is menens, om de jongeren te helpen. Die inzet kan iets betekenen in iemands leven, dat maakt het zo interessant om hier nu te zitten. Wat ik heb gezien in het kader van het Masterplan is dat er jongens op straat, soort streetworkers, zijn die de straat op gaan om met andere jongeren te praten die behoorlijk aan die aan de foute kant zitten. Maar zij weten contact te leggen met dat die jongeren en daar zou je er alleen maar meer van willen hebben. Dat is petje af, dat werk. Straattaal, de attitude. Niet verbazen, maar omarmen.’ 

Senioren

Ook senioren vallen onder de portefeuille van Dors. ‘Ook bij senioren kan je zeggen: je hebt mensen waarmee het goed gaat, en mensen waarmee het minder goed gaat. Mijn focus leg ik dan op de laatste groep. Maar ik spreek ook gewoon met senioren in het veld, dat is ook leuk. Actieve mensen zijn ontzettend belangrijk voor het leven en voor het welzijn. Mensen kunnen ook mantelzorgers op hoge leeftijd zijn van een ander. Dat moet je koesteren als bestuur en moet je koesteren in een stadsdeel. Maar er zijn ook mensen zonder een vangnet en ouder worden en zijn met beperkingen, die heb ik ook gesproken. En daar ligt mijn focus op.’ 

Gemeenschappen 

Vanuit haar onderwerpen emancipatie, inclusie en diversiteit spreekt Dors veel mensen. ‘Het warm houden van contacten met bepaalde gemeenschappen is ook wat ik doe. Ik heb de kerken al ontvangen, daar ga ik straks weer mee door. Dat bracht me ook terug naar eigen roots, ik ben met kerken opgevoed. Het is zo herkenbaar. Er zijn heel veel verschillende kerkgenootschappen hier, die ook iets voor de mensen doen. Dat is ook steun, dus dat is niet onbelangrijk. Er zijn goede informele maatschappelijk activiteiten. Er is nu een Interreligieus Netwerk, daar heb ik uitgebreid kennis mee gemaakt, dat was echt leuk. Dan zie je hoeveel typen religies er hier zijn. Heel interessant, want die mensen zaten allemaal vreedzaam bij elkaar. Dan zie je de vreedzaamheid.’ 

Toeslagenouders

Eén van de dossiers van Dors is het herstel van de toeslagenouders. ‘Wij zijn vanuit het stadsdeel betrokken bij welke acties vanuit de stad worden ondernomen en ook vanuit het rijk. Ik ben blij dat dit college er zo aan trekt, dat betekent dat het serieus genomen wordt. De mensen voelen zich gesteund door het stadsbestuur. Toen ik sociaal raadsvrouw was, bestond het fenomeen al. Kaartenhuizen van sociale regelingen en als je eentje eruit trekt, dan stort het helemaal in. Zoiets als de toeslagenaffaire is geen abstract verhaal. Het is een verhaal van menselijk leed. Relatief gezien wonen de meeste Amsterdamse slachtoffers van de toeslagenaffaire in Zuidoost,’ licht Dors toe.


Wij zijn vanuit het stadsdeel betrokken bij welke acties vanuit de stad worden ondernomen en ook vanuit het rijk -

Yousif Salihou Abdoul

Inspiratie

‘De periode vanaf 2 juli was overweldigend. Ik vind het een heel leuk stadsdeel, de mensen zijn leuk, de organisatie is praktischer en dichter bij de mensen dan het stadhuis. Het is veel leren, ik dacht dat ik heel wat wist. Maar ik ben volop aan het leren. En soms is er ook herkenning van dingen. Als je armoede ziet en denkt: nog steeds. Of weer. Dat raakt me en inspireert me heel erg tot actie: dat is waarvoor we het doen. En kijken wat je eraan kan doen. Want iets laten gaan, dat zie ik niet zitten bij dat soort misstanden,’ sluit Dors af.