Veiligheid in Zuidoost begint met luisteren
Columns
Beste buurtgenoten,
We moeten het over veiligheid hebben.
Afgelopen week werd in delen van Amsterdam-Zuidoost een veiligheidsrisicogebied aangewezen door burgemeester Halsema. Dat is nodig. Maar het roept ook een belangrijke vraag op: wat gebeurt er daarna? Is het na een week weer ‘back to life, back to reality?’
Ieder kind heeft recht op een veilige buurt. Toch worden bewoners te vaak opgeschrikt door schietpartijen, drugsoverlast en andere vormen van criminaliteit. We hebben de afgelopen jaren te veel begrafenissen van minderjarigen meegemaakt. Dat laat diepe sporen na.
Als bewoner van Zuidoost én als vader raakt mij dat. Ik hoor de zorgen van ouders, opa’s en oma’s. Zij zien de enorme kracht en potentie van onze buurt, maar vragen zich ook af: wat brengt de toekomst voor onze kinderen?
Vorige week was ik bij een bewonersbijeenkomst georganiseerd door stadsdeelcommissielid Sitsofe Quarshie van de ChristenUnie, naar aanleiding van de ontstane onrust in de wijken. Daar kwam veel naar boven. Bewoners zeggen dat zij al langer meldingen doen en signalen afgeven, maar te weinig verandering zien. Daardoor doen mensen minder vaak een melding. Mensen weten wie de dealers zijn, waar de problemen spelen, maar verliezen de moed om opnieuw te melden. Dat is gevaarlijk. Dit gebrek in vertrouwen van de instanties zien we namelijk overal doorsijpelen, ook in de lage opkomst bij verkiezingen.
Hoe kun je bewoners zien als je ze niet hoort? Hoe kun je bewoners dienen als hun signalen telkens in het luchtledige verdwijnen? Bewoners willen niet alleen dat er naar hen geluisterd wordt. Ze willen weten wat er met hun melding gebeurt. Meer zichtbare aanwezigheid in de wijk. Betere communicatie. En vooral: het gevoel dat hun stem ertoe doet.
Daarnaast moeten we ook eerlijk zijn over de grenzen van de draagkracht van de wijken. Bewoners van onder meer de H-buurt ervaren dat relatief veel voorzieningen voor mensen met drugsproblematiek op één plek zijn geconcentreerd. Een methadonvoorziening, een dagopvang en een inloophuis. Allemaal op loopafstand. In hoeveel wijken in Amsterdam is er sprake van eenzelfde concentratie? Bewoners vragen om een betere balans tussen zorg, veiligheid en leefbaarheid. Die zorgen verdienen een serieus gesprek.
Maar veiligheid is niet alleen een taak van de overheid. Ouders, jongeren, scholen, sportverenigingen, buurtcentra, ondernemers en bewonersorganisaties zijn allemaal onderdeel van de oplossing.
In Zuidoost gebeurt al veel. Jongerenwerk, sport, muziek, talentontwikkeling en rolmodellen geven jongeren perspectief. In verschillende buurten ontstaan initiatieven waarin bewoners en maatschappelijke organisaties samenwerken. Dáár zit de kracht van onze gemeenschap.
De overheid moet die kracht niet vervangen, maar juist sterker maken. Zet community-verbinders in die de brug slaan tussen bewoners en overheid. Sluit aan bij bestaande buurtplatforms en vertrouwenspersonen. En zorg dat bewoners niet pas aan tafel komen wanneer de besluiten al genomen zijn.
De bewonersbijeenkomst liet mij één ding opnieuw zien: als de gemeenschap opstaat, gebeurt er iets.
Zoals een vertegenwoordiger van de K-buurt treffend zei: ‘Whatever the problem, community is the answer’.